K a r i e n   S m e e t s        O p s t e l l i n g e n

K e n  u w  ZELF

Het meisje

Er was eens een meisje, ze woonde in een land ver hier vandaan. Dat land werd geregeerd door een heel donkere koningin. Ze had lange zwarte haren en priemende ogen. Zodra het meisje in haar buurt kwam priemden de ogen het meisje vast op haar plek. Als het meisje ook maar 1 stap deed schoten de ogen vuur. Alles om haar heen verschroeide: het gras, de bomen, de vogels, de mensen die in de lemen hutjes onder aan de voet van het kasteel woonden. Het meisje durfde geen stap meer te verzetten want ze had heel erg te doen met die arme natuur, de planten, de dieren en de mensen. Ze voelde zich machteloos, maar ze wist dat ze een besluit moest nemen en dat ze heel moedig en dapper moest zijn om de kwade koningin te verslaan. De koningin wist dat natuurlijk ook, dat het meisje haar kon verslaan. Daarom was ze ook zo gespitst op elke beweging die het meisje maakte.

Maar op een nacht, toen iedereen sliep, de klokjes in het woud hadden hun kelkjes dicht, de eekhoorntjes lagen opgekruld in hun warme holletje, de vogeltjes zwegen. In die nacht nam het meisje een besluit. Ze opende binnen in zichzelf de poort naar de hemel doordat ze besloot: als ik het wil krijg ik vleugels en vlieg ik naar het donkere kasteel. Daar was haar gedachte nog maar net koud of een heel mooie moeder, met de mooiste ogen die het meisje ooit in haar leven zag, weefde voor haar 2 vleugeltjes. Het meisje deed de vleugeltjes om en vloog hiermee naar het duistere kasteel. De mooie ogen volgden iedere beweging en ondersteunden haar vlucht. Ze vloog elegant en gracieus alsof ze altijd al had gevlogen. De donkere, zware kasteelpoort, onder de indruk van de gracieuze vlucht, opende van stomme verbazing. De uil vloog met haar mee en wees haar de weg naar de donkere kamer van de koningin. Ook daar ging de deur van verbazing automatisch open. Nooit eerder had de deur een ander wezen dan de koningin waargenomen namelijk. De uil vloog als eerste. Maar waar was de koningin? Het bed leek leeg. Toen zagen ze een miezerig klein muisje in het bed liggen. De uil dacht: "Hmmm, lekker maaltje" en schrokte het muisje in 1 hap naar binnen. De koningin was niet meer.

De eerste zonnestraal priemde door het hoge raam naar binnen en het donkere kasteel veranderde in een kasteel van licht. De wereld verwelkomde het meisje. Alle mensen, dieren, planten en bloemen zongen en kwetterden, ruisten en dansten van blijdschap en ze leefden allen nog lang en gelukkig.

Bovenstaand sprookje is een "10 minuten-sprookje"; 

het is in 10 minuten door mij geschreven op het zomercollege autobiografisch schrijven 2015